Onafhankelijk platform voor vastgoedondernemers

Vermogensrendementsheffing berekenen: Werkelijk rendement versus forfaitair

M
Mark Veenstra
Vastgoedbelegging Expert
Belastingen, Fiscus & Box 3 · 2026-02-15 · 4 min leestijd

Je staat voor je appartementencomplex in Amsterdam-Zuid en je vraagt je af hoeveel er nu echt overblijft na belasting. De vermogensrendementsheffing in Box 3 voelt soms als een gok: betaal je over een slap rendement of over wat je echt haalt? De keuze tussen het forfaitaire tarief en de werkelijke return maakt een groot verschil in je portemonnee, zeker als je net een verhuurhypotheek hebt afgesloten.

Wat is vermogensrendementsheffing eigenlijk?

Vermogensrendementsheffing is de belasting die je betaalt over je vermogen in Box 3. Denk aan je beleggingspand, aandelen of spaargeld.

De Belastingdienst gaat ervan uit dat je vermogen rendement oplevert, en daarover betaal je belasting.

Stel: je hebt een verhuurde woning van €400.000 en een hypotheek van €280.000. Je eigen vermogen in het pand is €120.000. Over dat bedrag rekent de fiscus een fictief rendement, tenzij je kiest voor de werkelijke berekening.

Deze heffing is relevant voor elke vastgoedbelegger. Het bepaalt je netto rendement en invloed op je cashflow. Zeker bij verhuurhypotheeklasten en WWS-punten telt elk procent.

Forfaitair versus echt rendement: de kern

Het forfaitaire systeem hanteert een vast percentage als rendement. In 2024 ligt dat op ongeveer 6,17% voor sparen en beleggen.

Over dat fictieve inkomen betaal je circa 36% belasting. Werkelijk rendement is anders. Je berekent je daadwerkelijke inkomsten en kosten.

Bij vastgoed gaat het om huurinkomsten minus rente, onderhoud, beheerkosten en afschrijving. Stel: je verhuurt een appartement voor €1.400 per maand.

Je betaalt €700 hypotheeklast (annuïteit), €100 vastgoedbeheer en €50 onderhoud. Dan is je werkelijke winst €550 per maand, oftewel €6.600 per jaar.

Wanneer kies je voor welke methode?

Over dat bedrag betaal je inkomstenbelasting in Box 3, mits je de werkelijke methode toepast. De keuze hangt af van je situatie. Bij een hoog eigen vermogen en laag werkelijk rendement is de forfaitaire methode vaak duurder. Bij sterke huurinkomsten en lage lasten kan werkelijk rendement voordeliger zijn.

De forfaitaire methode is eenvoudig. Je vult je vermogen in, de software rekent het uit.

Geen gedoe met bonnetjes of berekeningen. De werkelijke methode vraagt meer administratie. Je moet alle inkomsten en kosten bewijzen.

Denk aan huurcontracten, bankafschriften, facturen voor onderhoud en beheer. Als je net start met vastgoedbeleggen, is forfaitair vaak makkelijker.

Maar zodra je meerdere panden hebt of hoge kosten maakt, kan werkelijk rendement lonen. Vooral bij verduurzaming, waar je hoge investeringen hebt en lage energielasten. Een voorbeeld: je investeert €15.000 in isolatie en zonnepanelen.

Je energielasten dalen met €200 per maand, maar je afschrijving stijgt. In de forfaitaire berekening telt dat niet, in de werkelijke wel.

Stappenplan: Bereken je heffing in 5 stappen

  1. Bepaal je Box 3-vermogen: vastgoed minus hypotheek, plus spaargeld en beleggingen.
  2. Bereken je forfaitaire rendement: vermogen x 6,17% (2024).
  3. Vergelijk met je werkelijke rendement: huurinkomsten minus hypotheekrente, beheer, onderhoud, afschrijving.
  4. Kies de voordeligste methode. Doe dit per jaar of per pand.
  5. Vul je aangifte in. Geef aan of je forfaitair of werkelijk rekent. Bewaar alle bewijsstukken minimaal 7 jaar.

Tip: gebruik een Excel-sheet of software als MoneyMonk of Yardi voor je berekeningen. Die koppelen aan je bankrekening en huurcontracten.

Rekenvoorbeeld: vermogen €200.000, forfaitair rendement €12.340. Belasting 36% = €4.442. Werkelijk rendement €15.000 na kosten.

Belasting 36% = €5.400. In dit geval is forfaitair voordeliger.

Een ander voorbeeld: vermogen €500.000, forfaitair €30.850 belasting €11.106. Werkelijk rendement €25.000 na hoge kosten. Belasting €9.000. Hier wint de werkelijke berekening.

Prijzen en modellen: wat kost het?

De belastingdruk verschilt per model. Forfaitair betaal je over een fictief bedrag.

Werkelijk betaal je over je daadwerkelijke winst. De keuze hangt af van je rendement en kosten. Stel je hebt een verhuurhypotheek van €300.000 tegen 4,5% rente. Jaarlijkse rente €13.500. Beheerkosten €1.200, onderhoud €2.000. Huurinkomsten €25.000. Werkelijk rendement €8.300.

Belasting 36% = €2.988. Bij forfaitair: vermogen €100.000, rendement €6.170, belasting €2.221. Bekijk ook de rekenvoorbeelden voor Box 3 in 2026 om jouw situatie in kaart te brengen.

In dit geval is forfaitair goedkoper. Maar zodra je extra panden toevoegt, stijgen je kosten en kan werkelijk rendement voordeliger worden.

Software voor berekeningen kost tussen €20 en €50 per maand. Een boekhouder voor vastgoed kost gemiddeld €800 per jaar. Investeren in goed beheer loont zich, zeker bij meerdere panden.

Praktische tips voor vastgoedbeleggers

Een tip van een ervaren belegger: "Ik hou elk kwartaal mijn cashflow bij.

Dat geeft direct inzicht of ik voor forfaitair of werkelijk moet kiezen." Denk ook aan de impact van box 3 op je totale vermogen. Door te kiezen voor actief vermogensbeheer versus passief beleggen voorkom je dat je onbedoeld in Box 1 belast wordt. Een hoog forfaitair rendement kan je spaardoel immers uitstellen.

Werkelijk rendement geeft meer controle, maar vraagt discipline. Sluit af met een check: is je netto rendement na belasting nog steeds aantrekkelijk? Zo ja, dan is de impact van de Wet Werkelijk Rendement op jouw vastgoedportefeuille goed geoptimaliseerd.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Belastingen, Fiscus & Box 3
Ga naar overzicht →
M
Over Mark Veenstra

Vastgoedspecialist met diepgaande kennis van de Nederlandse huurmarkt, fiscale wetgeving en vastgoedfinanciering. Adviseert beleggers over WWS, verhuurhypotheken en rendement maximalisatie.

Op de hoogte blijven?
Ontvang praktische tips en reviews. Geen spam.
Geen spam. Je gegevens worden niet gedeeld.